Ongekend Hoogbegaafd

Ongekend hoogbegaafdOngekend hoogbegaafd – 13 portretten

Eind augustus verscheen het boek ‘Ongekend hoogbegaafd – 13 portretten’ van Jacqueline Lucas. De publicatie werd bij trainingscentrum De Baak aangegrepen om met klanten en andere belangstellenden over hoogbegaafdheid in gesprek te gaan. Het thema van de middag werd ‘Talent oogsten’. En het motto: ‘Groot talent gaat wel eens in een klein hoekje zitten. Nodig het uit!’

Al snel bleek dat er brede belangstelling voor het thema bestond, zowel individueel als vanuit bedrijfsleven, onderwijs en overheid. Op 2 september was de zaal van Blauw Gedicht, op landgoed De Horst in Driebergen, gevuld met zo’n 120 geïnteresseerden.

Het programma begon met een dankwoord van de schrijver en een klein interview door initiatiefnemer Brenda Slagter met de schrijver over de achtergrond van het boek, waarna Jacqueline een fragment voorlas. Van de vier genodigde sprekers die daarna aan het woord kwamen zijn er twee deskundig op het gebied van hoogbegaafdheid. Noks Nauta, bedrijfsarts en psycholoog, is medewerker van het IHBV en geportretteerd in ‘Ongekend hoogbegaafd’. Lianne Hoogeveen is directeur van het Centrum Begaafdheidsonderzoek (CBO). De andere twee werken met talent binnen het bedrijfsleven: Hugo Loomeijer als talentmanager bij Jelmer, Jamila el Mourabet als diversity consultant bij ABN-AMRO. Ieder ging op eigen wijze in op de vraag naar de eigen ervaring met het herkennen van talent en hoogbegaafdheid (op de werkvloer) en op vragen als ‘Hoe kunnen mensen worden uitgenodigd om hun talent ten volle te benutten?’ en ‘In hoeverre mogen mensen “anders” zijn en is er ruimte voor ongekend talent?’

Dagvoorzitter Harry Starren bracht via zijn introductie over leren en wat leren mogelijk in de weg staat, beweging in de zaal. De opdracht was om over het gazon naar de heg (‘Speciaal hiervoor neergezet’) te lopen. Mensen raakten in gesprek met een onbekende en kwamen op een andere plek in de zaal terug. Harry Starren verzamelde in de zaal positieve feedback op de gehoorde verhalen en toen er vervolgens vragen konden worden gesteld, bleek pas goed hoe betrokken de aanwezigen waren. De sprekers, die een forum hadden gevormd, formuleerden hun antwoorden en vulden elkaar aan.
Ter afronding nodigde Jacqueline Lucas, schrijfcoach, ieder uit bij zichzelf te rade te gaan en via twee schrijfopdrachten te onderzoeken wat hen, van alles wat was verteld, het meest had geraakt en hoe het – eigen – talent van de toekomst eruit ziet.
Voor de borrel, met zang en zon, liep het gezelschap naar het landhuis. Er was nog veel uit te wisselen en na te praten.

Het boek ‘Ongekend hoogbegaafd – 13 portretten’ is te koop via http://www.schrijfwerkplaats.nl/schrijver/OngekendHoogbegaafd.htm

Homo en hoogbegaafd. Tweemaal uit de kast.

Paul Hofman, Gay Krant

Amsterdammer Dick van den Berg is homo. En hoogbegaafd. Hij kwam twee keer uit de kast. ‘Je hoeft geen nerd te zijn om hoogbegaafd te zijn.’

Dick van den Berg is Amsterdammer in hart en nieren; hij werd in het hartje van de Jordaan geboren. Maar liefst tweemaal kwam Van den Berg uit de kast. De eerste keer als homo en de tweede keer als hoogbegaafde.
Hij vertelt zijn verhaal op een Amsterdams terras. Over hoe hij in een homokroeg zijn eerste biertje tapte. “Ik was net achttien en een verlegen jongetje. Dat eerste biertje was heel spannend. Maar ik had horecavingers en bleef ruim twee jaar in de kroeg werken.” Zijn middelbare schooltijd verliep snel. Techniek sprak hem aan en hij volgde een opleiding elektrotechniek. Hij bewoog zich wat onwennig tussen de stoere jongens. Toen hij veertien was, werd hij voor het eerst verliefd. “Ja, ik was vroeg uit de kast. Kort daarna heb ik het aan mijn ouders verteld. Voor hen kwam mijn coming out niet als een verrassing. Eigenlijk ging alles volgens het boekje. Dat ik in de horeca belandde, was geen toeval. Mijn grootouders hadden een eigen café in de stad, waar ik als klein kind vaak speelde. De horeca zit in mijn genen. Ik ging in mijn jeugd vaak stappen en leerde al snel de homohoreca kennen. Ik vind de horeca iets magisch hebben. Je hebt je vrijheid – niet iedereen kijkt over je schouder mee of je het goed doet – en ook veel sociale contacten.”

Dick is in de horeca in zijn element, ook al is het hard en tot in de kleine uurtjes werken. Hij beheerst de kneepjes van het vak en wordt zelfs cocktailshaker. “Ik ben een horecadier geworden. Ik ben rap van de tongriem gesneden en heb altijd mijn woordje klaar.” Als een vriendin hem wijst op hoogbegaafdheid is zijn interesse gewekt. Hij merkte aan zichzelf dat hij snel dingen leert en dat niemand hem twee keer iets hoeft uit te leggen. Het was die vriendin opgevallen dat Dick vaak van de hak op de tak springt en in staat is razendsnel verbanden te leggen. Zij zag het als een teken van hoogbegaafdheid. Dick moest lachen, want bij het woord hoogbegaafdheid zag hij Einstein voor zich. Zo’n nerd ben ik toch niet, dacht hij bij zichzelf. “Ik besprak het met mijn ouders en heb toen online een test gedaan om te kijken of ik werkelijk hoogbegaafd was. Dat kan bij de stichting Mensa, die de belangen van hoogbegaafde mensen behartigt. Mijn klomp brak toen ik een bovenmatig denkvermogen bleek te hebben. Mijn IQ (het intelligentiequotiënt is een getal dat de maat is voor hoe intelligent je bent, red.) is 139.” Een IQ varieert per mens: Einstein had een IQ van 160, terwijl zangeres Bonnie St. Claire een IQ van 52 heeft.

Hij herinnert zich nog hoe zenuwachtig hij was toen hij de brief met de testresultaten openmaakte. “Toen ik na de online proef de uitgebreide test in Utrecht deed, had ik weer even het gevoel terug te zijn in de schoolbanken. De enveloppe met de uitslag maakte ik met angst en beven open. Maar toen ik het las, juichte ik. Toen ik het aan mijn ouders vertelde, voelde dat als een tweede coming out. Zij reageerden begripvol. Sommige van mijn vrienden waren sceptisch, want ik voldoe niet aan het stereotype. In hun ogen is een hoogbegaafde een nerd, terwijl ik er absoluut niet zo uitzie.” En inderdaad, Dick heeft in de verste verte niets weg van een wereldvreemd figuur. “Ik ben na de test meteen lid geworden van de stichting Mensa. Het blijkt dat tachtig procent van de hoogbegaafde mensen het hun omgeving niet durft te vertellen. Want je loopt vaak tegen vooroordelen aan. Je voelt je regelmatig niet begrepen. Bovendien is het een stigma dat je nooit meer iets doms mag zeggen. Ik ben gewoon iemand die ook fouten kan maken. Ik ben wel een people pleaser die zich altijd wil verbeteren”, erkent hij. Met hart en ziel zet hij zich nu in voor lotgenoten. Dat doet hij via de vereniging Mensa. Mensa is wereldwijd actief en heeft in Nederland vierduizend leden. “Ik ben medevoorzitter van de kleine homogroep binnen Mensa. Wat mij verbaast is dat er slechts zeven gays zijn. Het lijkt erop dat homo’s niet weten dat het bestaat en wat ze met hun hoogbegaafdheid kunnen doen. Binnen de Mensa-groep zijn er veel vrouwen.” Zijn vrouwen dan toch intelligenter dan mannen? “Ach, je hoeft geen Einstein te zijn om hoogbegaafd te zijn”, lacht Dick.

Meer informatie op de website van Mensa

Kader:
Een hoogbegaafde is een snelle en slimme denker, die complexe situaties aankan. Het is een sensitief en emotioneel mens die intens leeft. Bovendien is het iemand die nieuwsgierig, autonoom en gedreven van aard is (© Delphi-definitie). Creativiteit en het bedenken van nieuwe dingen zijn andere kenmerken. Als uit een test blijkt dat je hoogbegaafd bent, behoor je tot twee procent van de bevolking. Mensa is een vereniging die wereldwijd actief is en voor de belangen van hoogbegaafden opkomt. Hoogbegaafden komen in alle beroepsgroepen voor en hun achtergrond varieert van huisschilder tot hoogleraar. Bij mannen en vrouwen komt het even vaak voor.

© Gay Krant