Recensie “Praktijkboek hoogbegaafdheid in psychotherapie” door Kirsten Copier

Klinisch psycholoog en psychotherapeut Kirsten Copier schreef voor ons een recensie van het boek “Praktijkboek hoogbegaafdheid in psychotherapie” van Adriaan Sprey.

Over onze recensies

Titel: Praktijkboek hoogbegaafdheid in psychotherapie
Auteurs: Adriaan Sprey
ISBN: 9789036824903
Uitgeverij: Bohn, Stafleu & van Loghum

Beschrijving van het boek

Dit boek richt zich, zoals de titel al aangeeft, op psychotherapie bij hoogbegaafdheid vanuit een praktijkgerichte benadering. Daarbij richt het boek zich op de volwassen populatie.

Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken waarbij in hoofdstuk 1 wordt uitgelegd met welke definitie van hoogbegaafdheid gewerkt wordt in het boek. Vervolgens wordt in hoofdstuk 2 uitgebreid stilgestaan bij de diagnostiek van hoogbegaafdheid in relatie tot persoonlijkheid en symptomen. Hierna wordt in hoofdstuk 3 de aandacht verlegd naar de casusconceptualisatie, functieanalyse en betekenisanalyse van dubbel kerngedrag bij hoogbegaafdheid en persoonlijkheid. Hoofdstuk 4 richt zich op de psychotherapie zelf en beschrijft het behandelplan, technieken en proces. Hoofdstuk 5 richt zich op de therapeutische relatie bij hoogbegaafdheid in combinatie met specifieke persoonlijkheidstrekken. Hierbij wordt stilgestaan bij zelfanalyse en functieanalyse. In de bijlagen staan instrumenten om te gebruiken bij de verschillende stappen in het proces.

Bespreking

Eerder dit jaar zag ik de vooraankondiging dat het ‘Praktijkboek hoogbegaafdheid in psychotherapie’ in juli uitgegeven zou worden. Een directe bestelling behoefde geen nadenken, er is weinig literatuur beschikbaar die in deze vraag voorziet. De aandacht voor hoogbegaafdheid als onderwerp dat aandacht verdient (binnen de psychiatrie) neemt toe en het is mooi te zien dat ook de volwassen populatie hierin steeds meer aandacht krijgt. Een boek dat zich richt op psychotherapie is daarbij zeer welkom. Na het lezen ben ik zowel enthousiast als enigszins teleurgesteld.

Het boek richt zich op therapeuten, een goede voorkennis van psychologie en psychopathologie is nodig voor het lezen van dit boek. Het is belangrijk dat er meer kennis en kunde op het gebied van hoogbegaafdheid en psychiatrie komt, daartoe geeft dit boek een goede aanzet. De verbinding die gelegd wordt tussen hoogbegaafdheid en de persoonlijkheidsontwikkeling en hoe deze van elkaar te onderscheiden zijn, geeft een mooie voorzet die uitnodigt tot wetenschappelijk onderzoek op dit gebied. Dat onderzoek staat nog in de kinderschoenen, zeker waar het volwassenen betreft. De opmerking in het boek, dat geschat 10 tot 12% van de cliënten in onderzoek of therapie hoogbegaafd is, onderschrijft de noodzaak hiervan.

Interessant is het om te zien hoe de schrijver aan de hand van verschillende modellen de complexiteit van de persoonlijkheid in relatie tot hoogbegaafdheid heeft uitgewerkt, om zo tot een duidelijke diagnostiek te komen van persoonlijkheidsproblematiek bij hoogbegaafden. Het is een technisch geschreven boek met praktijkvoorbeelden. Mijn kanttekening hierbij is, maar dat is tevens een vraag voor onderzoek, wat na een gedegen traject met (proces)diagnostiek met een hoogbegaafde cliënt past bij een persoonlijkheidsstoornis en wat beter begrepen kan worden vanuit bijvoorbeeld inadequate coping vanuit langdurige aanpassing, onbegrip uit de omgeving of onderpresteren. Mijn idee is dat de algemeen geldende concepten over persoonlijkheid en verstoringen hierin niet automatisch van toepassing zijn op hen die anders “bedraad” zijn. Kijk hiervoor maar naar de discussie over persoonlijkheidsproblematiek bij de verstandelijke ontwikkelingsstoornis.

Vooropgesteld dat het boek informatief is en de lezer volgens een duidelijke lijn in de stappen van een behandelproces door het boek meeneemt, vind ik het persoonlijk jammer dat er gekozen is om alleen een cognitief-gedragstherapeutische insteek te gebruiken. Een valkuil hierbij kan zijn dat therapeuten in dit boek een duidelijke handleiding vinden voor het werken met hoogbegaafden, zonder een daadwerkelijk begrip van hoogbegaafdheid. Als je als (niet eerder onderkende) volwassen hoogbegaafde in therapie komt, is mijn ervaring dat het essentieel is dat begonnen wordt met het samen met de cliënt maken van een verklaringsmodel. Hiertoe worden in het boek handvatten gegeven die kunnen helpen. Daadwerkelijk begrip maakt dat een hoogbegaafde zich gehoord en begrepen en erkend kan voelen en dat iemand, met de juiste richtingaanwijzers, zelf veel kan uitzoeken en toepassen. Naast de meer klachtgerichte psychotherapie als werkwijze zou naar mijn mening de persoonsgerichte psychotherapie veel meer aandacht mogen krijgen in het boek.

Voor wie is dit boek aan te raden? 

Dit boek is aan te raden voor therapeuten, een goede voorkennis van psychologie en psychopathologie is nodig. Het boek is niet zo toegankelijk als je hiermee niet bekend bent, omdat het een gedegen voorkennis van psychopathologie en cognitieve gedragstherapie vereist.

De auteur, zo is te lezen op zijn website, is klinisch psycholoog met een lange ervaring in (psycho)diagnostiek, cognitieve gedragstherapie, persoonlijkheidsstoornissen en de therapeutische relatie. Hij heeft een groot aantal basiscursussen, vervolgcursussen, workshops en nascholingen ontwikkeld en gegeven. De auteur geeft al jaren nascholingen over hoogbegaafdheid. Het zou meerwaarde hebben als hij op zijn website ook enige inhoudelijke kennis over hoogbegaafdheid bij volwassenen publiceert.

Ik raad het boek aan collega-hulpverleners aan, omdat het een leidraad kan bieden in het werken met hoogbegaafden. De boodschap is: wees niet bang voor het werken met hoogbegaafden, vermijd het onderwerp niet. Ik raad wel een disclaimer aan: lees dit boek en verdiep je daarnaast in hoogbegaafdheid. Weet dat daadwerkelijk en zonder vooroordelen contact maken en samen begrijpen een voorwaarde is om tot verandering te komen, en dat daarna de methode komt!

Kirsten Copier
Klinisch psycholoog / psychotherapeut
Eigenaar psychologiepraktijk De Vrije Denker
https://devrijedenker.nl/