Search
Close this search box.

Recensie van artikel over relaties van hoogbegaafden

Walther Ligtvoet schreef een recensie van het artikel over de relaties van hoogbegaafden dat Pieternel Dijkstra eerder dit jaar publiceerde in ‘Marriage & Family Review’.

Recensie door Walther Ligtvoet van:

Pieternel Dijkstra, Dick. P. H. Barelds, Sieuwke Ronner & Arnolda P. Nauta (2016). The Intimate Relationships of the Intellectually Gifted: Attachment Style, Conflict Style and Relationship Satisfaction Among Members of the Mensa Society, Marriage & Family Review, DOI: 10.1080/01494929.2016.1177630 To link to this article: http://dx.doi.org/10.1080/01494929.2016.1177630

Dit artikel is het vierde uit een reeks publicaties op basis van een onderzoek onder Mensaleden in Nederland. Het onderzoek was gericht op de intieme relaties van hoogbegaafden en, omdat de onderzoekers reeds veel materiaal hadden verzameld, kon er worden vergeleken met mensen die niet als hoogbegaafd zijn geïdentificeerd. Dit artikel uit 2016 behandelt de verschillen tussen en wel en niet hoogbegaafden in relatiekwaliteit, hechtingstijlen en conflictstijlen.
Het onderzoek is uitgevoerd door Pieternel Dijkstra, bekend onderzoeker en publicist op het gebied van relaties. Zij heeft de vragenlijsten opgesteld in samenwerking met Noks Nauta en Sieuwke Ronner. Het onderzoek is uitgezet onder Mensaleden in Nederland en het aantal respondenten bedroeg 196.

Resultaten
De resultaten van dit onderzoek laten zien dat er op het gebied van de relatiekwaliteit geen verschil is tussen de twee groepen. Er is echter wel een verschil gevonden in de gehanteerde conflictstijlen en de hechtingstijlen. Hoogbegaafden lijken minder goed in staat te zijn om op een constructieve manier met conflicten om te gaan en zetten vaker de negatieve, vermijdende conflictstijl in, ook al kan deze de relatie beschadigen.
In vergelijking met de groep niet hoogbegaafden geven de hoogbegaafden ook meer aan dat de gereserveerde hechtingstijl van toepassing is op hun relatie. Ze zijn angstiger voor afwijzing en pijn als gevolg van het zich emotioneel kwetsbaar en open opstellen in relaties. Ondanks het gebruik van deze hechtingstijl heeft deze bij hoogbegaafden geen impact op de relatiekwaliteit. Dit is wel het geval bij de niet hoogbegaafden.
Er is in het onderzoek ook gekeken naar de verbanden tussen relatiekwaliteit, conflictstijl en hechtingstijl. In dit artikel is er specifiek gekeken naar hoe de conflictstijl van invloed is op de relatie tussen hechtingstijl en relatiekwaliteit. Er is ook hier een verschil gevonden tussen hoogbegaafden en niet hoogbegaafden.
Bij de groep hoogbegaafden is er een duidelijk verband te zien tussen de gereserveerde of veilige hechtingsstijl en de relatiekwaliteit en gehanteerde conflictstijl. Deze hechtingstijlen leidt mensen naar een meer constructieve conflictstijl.

Verklaringen van de auteurs van het artikel
Het verschil in de gehanteerde conflict- en hechtingsstijlen komt mogelijk doordat hoogbegaafden vaak ook emotioneel sensitiever zijn en daardoor liever conflicten vermijden in plaats van deze op te lossen door bijvoorbeeld te kiezen voor de samenwerkende of aanpassende stijl. De verklaring voor de bevinding dat de relatiekwaliteit niet significant verschilt tussen de twee groepen kan mogelijk gevonden worden in het feit dat relaties onder hoogbegaafden vaker van gelijk niveau zijn op, onder andere, het gebied van intelligentie. Deze balans zorgt er naar alle waarschijnlijkheid voor dat emotionele beleving vaker gelijk is en er minder onenigheid is tussen beide partners. Een andere verklaring kan zijn dat, ondanks dat ze minder goed omgaan met conflicten, er gewoonweg minder conflicten ontstaan in de relaties van hoogbegaafden en die conflicten die er zijn hebben wellicht weinig impact op de beleving van de relatiekwaliteit.
Het verschil in de hechtingsstijl tussen de twee groepen is mogelijk te verklaren doordat hoogbegaafden hebben leren omgaan met hun angsten waardoor deze geen of nauwelijks impact heeft op de kwaliteit van hun relatie. De individuen passen meer de samenwerkende conflict stijl toe en minder de vermijdende stijl. In het geval van een gereserveerde hechtingstijl wordt juist meer de vermijdende stijl toegepast. Dit in tegenstelling tot de controle groep waarbij in plaats van de vermijdende stijl juist vaker de forcerende stijl werd toegepast. Secundair kan dit echter wel eventuele gevolgen hebben maar dit is niet verder onderzocht omdat dit buiten de scope van het onderzoek valt.

Commentaar van de recensent
Ik herken een aantal zaken uit dit onderzoek. Ook ik hanteer de meer vermijdende conflictstijl om de in het artikel genoemde reden. Waar mogelijk probeer ik een middenweg te vinden die leidt tot een oplossing naar beider tevredenheid. Dat stuk van dit onderzoek herken ik dan ook wel.
Of ik een gereserveerde of veilige hechtingsstijl heb kan ik niet bepalen. Ik voel me snel veilig en hecht ook snel. Dit is ook wat ik wel vaker zie bij hoogbegaafden. Maar of dit ook naar de veilige hechtingsstijl, zoals in het onderzoek gebruikt, te vertalen is, weet ik niet.
Hoe dan ook, dit onderzoek geeft naar mijn mening een inzicht in de verschillen die hoogbegaafden ervaren in relaties in vergelijking met niet hoogbegaafden in mijn omgeving. Ik denk dan hierbij aan mijn ouders of mijn zus. Ik bemerk dat ik relaties net iets anders bezie, net even anders omga met conflicten. Op basis van deze kennis kunnen koppels, of ze nu wel of niet HB zijn, elkaar beter begrijpen.

(Relatie)therapeuten en coaches kunnen met deze kennis een betere ondersteuning bieden bij relatieproblemen van hoogbegaafden. Als hoogbegaafden werkelijk anders reageren op conflicten of zich anders hechten dan niet hoogbegaafden is dat namelijk van invloed op de manier waarop je de relatie zou kunnen verbeteren bij relatieproblemen. Koppels kunnen hier zelf mee aan de slag. Hiervoor zou dan een kleine aanpassing nodig zijn in het arsenaal van middelen die coaches en therapeuten tot hun beschikking hebben om relaties te verbeteren. Immers, het is goed te weten dat een HB relatie vaak net even een andere manier van benadering behoeft dan een relatie tussen niet HB partners.

Ik zou het een goed idee vinden om in een verder onderzoek ook te kijken naar secundaire gevolgen van de gehanteerde hechtingstijlen of conflictstijlen. Op het eerste gezicht kan een bepaalde stijl misschien geen direct gevolg hebben maar kan er misschien wel toe leiden dat er op de langere termijn bijvoorbeeld een verwijdering ontstaat. Partners groeien uit elkaar omdat ze misschien minder betrokken zijn, minder binding hebben. Dit is iets waar ik eigenlijk wel benieuwd naar ben. Daarnaast zie ik in mijn omgeving bij veel HB relaties een hang naar alternatieve relatievormen. Ik denk hierbij aan polyamorie of meer open relaties. Is dit een trend die ook onder niet HB aanwezig is of juist niet?


Walther Ligtvoet, informatiemanager in de zorg, ervaringsdeskundige